Logo


02 september 2010 17:39

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Poëzie: de strijd tegen clichés

Categorie: 'Poëzie brengt niks teweeg'

Poëzie brengt niks teweeg

[Gelieve uw browser te updaten naar een recentere versie]

[William Burroughs, Allen Ginsberg en de beats, VRT-docu, 1980]

Poëzie brengt niks teweeg. Vergelijk het met de zen-boeddhist die urenlang op zijn tatami heeft zitten mediteren. Wie daarop als buitenstaander toekijkt, ziet niks concreets gebeuren, terwijl de monnik zal vertellen dat hij in zijn afzijdigheid de hele wereld heeft veranderd. Ik maak bewust die vergelijking, omdat poëzie ook een soort trip van onthechting kan zijn.

De oude Japanse haiku’s weet ik wel te waarderen — vooral hun clash van heldere beelden die een paradox moeten realiseren waarin de geest haar kleine kwartdraai maakt. Opdat we ànders zouden kijken. Naar onszelf en naar de wereld. Ik ben trouwens een grote fan van de beste verdediger van die haiku’s en het imagisme van hun uiterst herkenbare beelden, Ezra Pound. Het is Pounds dictum ‘Make it new’ dat ik maar al te graag toepas in mijn eigen poëzie, alleen beelden hanterend die jij en ik zo op straat zouden kunnen observeren.

Maar misschien vind je dat soort welriekende, naar oude eeuwen geurende poëzie iets te braaf en vormelijk te saai. Misschien moet je dan, zoals ik, in de Nippon Express van Deus Ex Machina een Japanner ontmoeten, Sono Sion, die met zijn verzen heel Tokio in rep en roer zette, door de drukste kruispunten van de wijk Shinjuku te bezetten met zijn geëngageerde, hoewel ook wat verlate mei 68-slogans.

Tijdens mijn eigen dwaaltochten door ondergronds Tokio heb ik gauw ontdekt dat de oude samoerai- en kersenbloemen-esthetiek alleen nog gesneden koek is voor een oudere, uitgebloeide generatie van Yukio Mishima-fans en theeceremonie-geisha’s verblind door het gepingel van stokoude koto-spelers. Of wat meer dramatische verzen om het bunraku-theater te kleuren, levende epische poëzie in een kleurrijk poppenspel met gemaskerde mannen erbij, om de onzichtbare krachten te verbeelden die ons bestaan bestieren. Krachten die een Japanner graag aan het werk voelt in zijn meditatieve kunsten.

Maar over bloemen gesproken: het is zo’n honderdvijftig jaar geleden dat de Fleurs du Mal van Baudelaire verschenen. Bloemen, deze keer, als metafoor voor de duistere existentiële kracht uit het bunraku-theater.

Veel glaasjes absint lokte die poëzie uit, of was het omgekeerd, dat weet ik niet zo goed. Ik weet wel dat drugs van oudsher een grote stimulans zijn in de poëzie, wat vaag verontrustend zou kunnen zijn, ware er niet de onsterfelijke Jotie ‘t Hooft en zijn junkieverdriet, of de verslavende roes van Jack Kerouac, Alan Ginsberg en de beatniks. Ze ademden de vrijheid van de moderne tijd, kleedden en gedroegen zich een beetje raar, jatten wat hippe woorden en klanken bij jazzmuzikanten, en ontmaskerden ondertussen alle misplaatste autoriteit en machtsmisbruiken van de moderne tijd. Ze wilden, net zoals die rare Japanner van zoëven, de poëzie op straat brengen. Geen conformistisch gezeik, voor de beatniks. Liever een kreet, een echte donderende ‘Howl‘.

Allan Ginsberg had, net als Baudelaire, alles van een kunstenaar die zich tegen de maatschappij verzet. Alles wat heilig is en heilig wil blijven, moet zich hullen in mysteriën, had Stéphane Mallarmé geschreven; de rest, aldus de beatniks, moet op straat bevochten worden. Met verzen.

Ginsberg was de voorbode van een hele nieuwe generatie ‘action poets’, die de dichtkunst bedreven op plekken waar heel de wereld haar moét zien — op muren, op rond te strooien leaflets, op kleine podia die dode pleintjes sieren.

Ook ik ben ervan overtuigd dat poëzie in staat moet zijn de wereld te veranderen. De beste verzen hebben een revolutionaire kern: een kern die de taal vernieuwt en de hersenstructuur wijzigt van wie met haar in aanraking komt. Poëzie is veel meer dan ‘slechts’ de expressie van een emotie of visie die op voorhand vaststaat. Betere poëzie is altijd het resultaat van twee krachten die op elkaar inwerken: een taalvernieuwende kracht, en de impact van die nieuwe taal op het vastgeroeste denken.

Lees van Bart Stouten ook “Dichters willen onsterfelijk worden”

TAGS: